Informazioni sulla parola aangaan (olandese → Esperanto: eklumi)

Sinonimo: gloren

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ˈaŋɣan/
Sillabazioneaan·gaan

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(hij) gaat aan(hij) ging aan
(zij) gaan aan(zij) gingen aan
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat hij) aanga(dat hij) aanginge
(dat zij) aangaan(dat zij) aangingen
Participi
Participio presenteParticipio passato
aangaand, aangaande(zijn) aangegaan

Esempi di utilizzo

Toen Sam binnenkwam, stond Splijtsteen uit te kijken over zijn hoofdstad, waar een voor een de lichten aangingen.
Hij zuchtte en wierp een blik op het slot in de verte waar nu de eerste lichtjes aangingen.

Traduzioni

basso‐tedescoangån
esperantoeklumi