Informazioni sulla parola zweren (olandese → Esperanto: ĵuri)

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ˈzʋeːrə(n/
Sillabazionezwe·ren

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) zweer(ik) zwoer
(jij) zweert(jij) zwoer
(hij) zweert(hij) zwoer
(wij) zweren(wij) zwoeren
(jullie) zweren(jullie) zwoeren
(gij) zweert(gij) zwoert
(zij) zweren(zij) zwoeren
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) zwere(dat ik) zwoere
(dat jij) zwere(dat jij) zwoere
(dat hij) zwere(dat hij) zwoere
(dat wij) zweren(dat wij) zwoeren
(dat jullie) zweren(dat jullie) zwoeren
(dat gij) zweret(dat gij) zwoeret
(dat zij) zweren(dat zij) zwoeren
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
zweerzweert
Participi
Participio presenteParticipio passato
zwerend, zwerende(hebben) gezworen

Esempi di utilizzo

Ik had durven zweren dat ik hem kende, en toch wist ik zeker dat ik hem nog nooit had gezien.
Dit wonder werd door hen die zich hadden gered door ijlings op de vlucht te slaan, in Rome aan de keizer gemeld en ze zwoeren dat het echt zo gegaan was.
Ik zei op dat moment niets, maar ik durfde te zweren dat het licht uit de kamer van professor Bergman was gekomen.

Traduzioni

esperantoĵuri
ingleseswear