Sinonimi: maken, plegen, uitvoeren, bedrijven, begaan, uitrichten, verrichten, uithalen
| Parte del discorso | verb |
|---|
| Pronuncia | /dun/ |
|---|
| Sillabazione | doen |
|---|
Wat nu te doen?
Ze gingen het restaurant binnen en deden hun bestelling.
Er moet iets gedaan worden!
De bijrijder moest examen doen voor zijn rijbewijs.
Maar natuurlijk moet ik straks een keus doen.
Woorden verspillen deed hij nooit.
Maar dat doe ik niet.
Dat zul je nou een hond nooit zien doen.
Ik kon niet meer doen dan ik gedaan heb.
Wat doet de overheid?
Als iemand zoiets doet, vraagt hij om moeilijkheden.
Alleen een paar goede vrienden zijn op de hoogte van wat ik doe.