Sinonimi: toen, dan, toentertijd, te dier tijd, toenmaals
| Parte del discorso | adverb |
|---|
| Pronuncia | /ˈdɛstɛɪ̯ts/ |
|---|
| Sillabazione | des·tijds |
|---|
Vertel me eens, jongeman, wat is er destijds gezegd?
Een vader van 39 die zijn destijds 13 jaar oude dochter uit de gemeente Grave seksueel heeft misbruikt, is door de rechtbank Den Bosch veroordeeld tot een jaar cel.
Een Poolse rechter heeft de moordenaar van Paweł Adamowicz, destijds burgemeester van Gdańsk, levenslang gegeven.
Ik heb op hem gestemd destijds.
De aardbeving in Wènchuān kostte destijds 70.000 mensen het leven.