Informazioni sulla parola betrekken (olandese → Esperanto: ekloĝi en)

Parte del discorsoverb
Pronuncia/bəˈtrɛkə(n)/
Sillabazionebe·trek·ken

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) betrek(ik) betrok
(jij) betrekt(jij) betrok
(hij) betrekt(hij) betrok
(wij) betrekken(wij) betrokken
(jullie) betrekken(jullie) betrokken
(gij) betrekt(gij) betrokt
(zij) betrekken(zij) betrokken
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) betrekke(dat ik) betrokke
(dat jij) betrekke(dat jij) betrokke
(dat hij) betrekke(dat hij) betrokke
(dat wij) betrekken(dat wij) betrokken
(dat jullie) betrekken(dat jullie) betrokken
(dat gij) betrekket(dat gij) betrokket
(dat zij) betrekken(dat zij) betrokken
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
betrekbetrekt
Participi
Participio presenteParticipio passato
betrekkend, betrekkende(hebben) betrokken

Esempi di utilizzo

En weet u hoe het komt dat u pas om 16:00 uur uw gereserveerde kamer kunt betrekken?

Traduzioni

esperantoekloĝi en
ingleseoccupy