Informazioni sulla parola vervaardigen (olandese → Esperanto: fari)

Sinonimi: maken, uitvoeren, werken, nemen

Parte del discorsoverb
Pronuncia/vərˈvaːrdəɣə(n)/
Sillabazionever·vaar·di·gen

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) vervaardig(ik) vervaardigde
(jij) vervaardigt(jij) vervaardigde
(hij) vervaardigt(hij) vervaardigde
(wij) vervaardigen(wij) vervaardigden
(jullie) vervaardigen(jullie) vervaardigden
(gij) vervaardigt(gij) vervaardigt
(zij) vervaardigen(zij) vervaardigden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) vervaardige(dat ik) vervaardigde
(dat jij) vervaardige(dat jij) vervaardigde
(dat hij) vervaardige(dat hij) vervaardigde
(dat wij) vervaardigen(dat wij) vervaardigden
(dat jullie) vervaardigen(dat jullie) vervaardigden
(dat gij) vervaardiget(dat gij) vervaardigdet
(dat zij) vervaardigen(dat zij) vervaardigden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
vervaardigvervaardigt
Participi
Participio presenteParticipio passato
vervaardigend, vervaardigende(hebben) vervaardigd

Esempi di utilizzo

Het was allereerst noodzakelijk een veilige verblijfplaats te vinden en op de een of andere manier van metaal of steen wapens te vervaardigen.
En daar ik de beste timmerman van Huperea ben, geef ik er de voorkeur aan mijn eigen bed te vervaardigen.

Traduzioni

afrikaansvervaardig; maak
basso‐tedescomaken; uutvoren; måken
catalanofer
cecodělat; konat; činit; udělat; učinit; vykonat
creolo giamaicanomek
daneseaflægge; gøre; lave
esperantofari
faroensegera
finlandesetehdä
franceseconstruire; fabriquer; faire; opérer; poser
frisone di Saterlandmoakje; dwo; fabriksierje; häärstaale; produksierje
frisone occidentaledwaen; oanmeitsje; meitsje
gaelico scozzesedèan
hawaianohana
inglesemake
inglese anticomacian; don
islandesegera
italianocommettere; fare
latinofacere
lussemburgesemaachen; doen
malesebuat; membuat
norvegeselage
polacoczynić; robić
portoghesecometer; confeccionar; executar; fazer; formar
romenoface
russoделать; сделать
spagnolohacer
sranan tongodu; meki
suaheli‐fanya
svedesegöra
tailandeseต่อ; ทำ
tedescobereiten; verrichten; erledigen; abstatten; begehen; anfertigen; erzeugen; hervorbringen; erschaffen; unterbreiten; bewirken; abhalten; machen
turcoetmek; yapmak
unghereseesinál; tesz
yiddishמאַכן