Informazioni sulla parola inbenen (olandese → Esperanto: enmarŝi)

Sinonimo: binnentrekken

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ˈɪmbenə(n)/
Sillabazionein·be·nen

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) been in(ik) beende in
(jij) beent in(jij) beende in
(hij) beent in(hij) beende in
(wij) benen in(wij) beenden in
(jullie) benen in(jullie) beenden in
(gij) beent in(gij) beendet in
(zij) benen in(zij) beenden in
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) inbene(dat ik) inbeende
(dat jij) inbene(dat jij) inbeende
(dat hij) inbene(dat hij) inbeende
(dat wij) inbenen(dat wij) inbeenden
(dat jullie) inbenen(dat jullie) inbeenden
(dat gij) inbenet(dat gij) inbeendet
(dat zij) inbenen(dat zij) inbeenden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
been inbeent in
Participi
Participio presenteParticipio passato
inbenend, inbenende(zijn) ingebeend

Esempi di utilizzo

De barbaar greep zijn zwaard wat vaster beet en beende de kamer in.

Traduzioni

afrikaansinstap
basso‐tedescobinnentrekken
esperantoenmarŝi