Informazioni sulla parola bewaren (olandese → Esperanto: protekti)

Sinonimi: beschermen, dekken, protegeren, sauveren

Parte del discorsoverb
Pronuncia/bəˈʋaːrə(n)/
Sillabazionebe·wa·ren

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) bewaar(ik) bewaarde
(jij) bewaart(jij) bewaarde
(hij) bewaart(hij) bewaarde
(wij) bewaren(wij) bewaarden
(jullie) bewaren(jullie) bewaarden
(gij) bewaart(gij) bewaardet
(zij) bewaren(zij) bewaarden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) beware(dat ik) bewaarde
(dat jij) beware(dat jij) bewaarde
(dat hij) beware(dat hij) bewaarde
(dat wij) bewaren(dat wij) bewaarden
(dat jullie) bewaren(dat jullie) bewaarden
(dat gij) bewaret(dat gij) bewaardet
(dat zij) bewaren(dat zij) bewaarden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
bewaarbewaart
Participi
Participio presenteParticipio passato
bewarend, bewarende(hebben) bewaard

Esempi di utilizzo

De hemel beware me!
Als dat behulpzaamheid is, bewaar ons dan voor meer.

Traduzioni

basso‐tedescobeskarmen
catalanoprotegir
cecochránit; hájit; ochraňovat
danesebeskytte
esperantoprotekti
faroenseverja; taka sær av
finlandesesuojella
franceseassurer; garantir; protéger; abriter
frisone di Saterlandbegunstigje; beschutsje; protektierje; skutsje; beskutsje
frisone occidentalebeskermje; dekke
ingleseprotect; cover; back
inglese anticomundbyrdan
islandesevarða
italianoproteggere
lussemburgeseschützen
papiamentoprotehá
portogheseproteger
spagnoloprotectar; proteger
svedesebeskydda; freda; skydda; värja; värna
tedescobegünstigen; beschirmen; protektieren; schützen; beschützen