Informazioni sulla parola ineendringen (olandese → Esperanto: densmasigi)

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ɪˈnendrɪŋə(n)/
Sillabazionein·een·drin·gen

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) dring ineen(ik) drong ineen
(jij) dringt ineen(jij) drong ineen
(hij) dringt ineen(hij) drong ineen
(wij) dringen ineen(wij) drongen ineen
(jullie) dringen ineen(jullie) drongen ineen
(gij) dringt ineen(gij) drongt ineen
(zij) dringen ineen(zij) drongen ineen
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) ineendringe(dat ik) ineendronge
(dat jij) ineendringe(dat jij) ineendronge
(dat hij) ineendringe(dat hij) ineendronge
(dat wij) ineendringen(dat wij) ineendrongen
(dat jullie) ineendringen(dat jullie) ineendrongen
(dat gij) ineendringet(dat gij) ineendronget
(dat zij) ineendringen(dat zij) ineendrongen
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
dring ineendringt ineen
Participi
Participio presenteParticipio passato
ineendringend, ineendringende(hebben) ineengedrongen

Traduzioni

esperantodensmasigi