Informazioni sulla parola neerdruipen (olandese → Esperanto: deguti)

Sinonimo: afdruipen

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ˈnerdrœʏ̯pə(n)/
Sillabazioneneer·drui·pen

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(hij) druipt neer(hij) droop neer
(zij) druipen neer(zij) dropen neer
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat hij) neerdruipe(dat hij) neerdrope
(dat zij) neerdruipen(dat zij) neerdropen
Participi
Participio presenteParticipio passato
neerdruipend, neerdruipende(zijn) neergedropen

Traduzioni

esperantodeguti
inglesedrain; drip down; trickle down
tedescoheruntertropfen; abtropfen; herabtropfen