Informazioni sulla parola zinspelen (olandese → Esperanto: aludi)

Sinonimi: alluderen, toespelen, een toespeling maken, zinspelen op

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ˈzɪnspelə(n)/
Sillabazionezin·spe·len

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) zinspeel(ik) zinspeelde
(jij) zinspeelt(jij) zinspeelde
(hij) zinspeelt(hij) zinspeelde
(wij) zinspelen(wij) zinspeelden
(jullie) zinspelen(jullie) zinspeelden
(gij) zinspeelt(gij) zinspeeldet
(zij) zinspelen(zij) zinspeelden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) zinspele(dat ik) zinspeelde
(dat jij) zinspele(dat jij) zinspeelde
(dat hij) zinspele(dat hij) zinspeelde
(dat wij) zinspelen(dat wij) zinspeelden
(dat jullie) zinspelen(dat jullie) zinspeelden
(dat gij) zinspelet(dat gij) zinspeeldet
(dat zij) zinspelen(dat zij) zinspeelden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
zinspeelzinspeelt
Participi
Participio presenteParticipio passato
zinspelend, zinspelende(hebben) gezinspeeld

Esempi di utilizzo

De Israëlische premier Netanyahu heeft in een toespraak gericht op het Iraanse volk gezinspeeld op een spoedig einde aan het regime van de ayatollahs.
Gisteren was ze nog hier en ze heeft er geen ogenblik op gezinspeeld!

Traduzioni

catalanoal·ludir
esperantoaludi; duondiri; kvazaŭdiri
faroensesipa til; benda á; reka fram undir
finlandeseviitata
francesefaire allusion; insinuer; faire allusion à; donner à entendre
frisone di Saterlandanspielje; anspielje ap
ingleseallude; hint
italianoalludere
portoghesealudir; fazer alusão a; reportar‐se
russoнамекать
spagnoloaludir
svedesealludera; anspela
tedescoanspielen; anspielen auf; versteckt hinweisen; andeuten