Informazioni sulla parola baan (olandese → Esperanto: okupo)

Sinonimi: bezigheid, emplooi, bemoeiing, werkzaamheid

Parte del discorsocommon noun
Pronuncia/ban/
Sillabazionebaan
Generestoricamente femminile, oggigiorno anche maschile
Pluralebanen

Diminutivo
SingolarePlurale
baantjebaantjes

Esempi di utilizzo

Ik was beslist niet van pan een baan te nemen als ik het ook maar enigszins kon vermijden.
Hoe heb je ooit een baan gekregen bij dit hotel?
Ford verwacht komende jaren meer dan 1.100 banen te schrappen bij zijn motorenfabriek in Bridgend in Wales.

Traduzioni

cecozaměstnání
danesebeskæftigelse
esperantookupo
franceseoccupation
frisone di SaterlandBeschäftigenge; Beskäftigenge
inglesejob
italianooccupazione
lussemburgeseOkkupatioun
papiamentookupashon
polacozajęcie
spagnoloocupación
tedescoBeschäftigung