Information du mot zieke (néerlandais → espéranto: malsanulo)

Parti du discourssubstantif
Prononciation/ˈzikə/
Césurezie·ke
Genrenaturel
Plurielzieken

Exemples d’usage

Ik ga een zieke bezoeken.
Ook de gewonden en zieken werden met de kanonnen teruggestuurd.
Meneer Brunel, de eerste zieke op de Saint‐Enoch moet ik nog tegenkomen.
En hoe gaat het met de zieken?
Om niet te veel van de krachten van de zieke te vergen, wilde de geneesheer de poging niet te lang laten duren.

Traductions

allemandKranker
anglaissick person
danoispatient
espérantomalsanulo
féringiensjúklingur
galloisclaf
papiamentoenfermo
portugaisdoente
russeбольной
souahélimgonjwa
sranansikiman
turchasta