Information du mot winkelier (néerlandais → espéranto: butikisto)

Synonyme: neringdoende

Parti du discourssubstantif
Prononciation/ʋɪŋkəˈliːr/
Césurewin·ke·lier
Genremasculin
Plurielwinkeliers

Exemples d’usage

Voor Beatrice was een modezaak een winkel, en op winkeliers keek ze neer.
Hij werd zeventwintig jaar geleden gemaakt en verkocht aan een winkelier in Butte in de staat Montana.
Zou die winkelier weggegaan zijn om zijn centen naar de bank te brengen?
De winkelier liet zijn waren rusten, want hier had hij wel oren naar.

Traductions

allemandLadenbesitzer; Krämer
anglaisshopkeeper
espérantobutikisto
italiennegoziante
portugaislojista
souahélimwuza duka
suédoisbutiksinnehavare