Information du mot alvorens te (néerlandais → espéranto: antaŭ ol)

Synonymes: alvorens, eer, aleer, voor, vooraleer, voordat

Parti du discoursconjonction
Césureal·vo·rens te

Exemples d’usage

Eenmaal buiten, alvorens in de wagen te stappen, keek hij speurend om zich heen.