Information du mot opdoemen (néerlandais → espéranto: videbliĝi)

Synonymes: in zicht komen, zichtbaar worden, in het zicht komen

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈɔbdumə(n)/
Césureop·doe·men

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) doem op(ik) doemde op
(jij) doemt op(jij) doemde op
(hij) doemt op(hij) doemde op
(wij) doemen op(wij) doemden op
(jullie) doemen op(jullie) doemden op
(gij) doemt op(gij) doemdet op
(zij) doemen op(zij) doemden op
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) opdoeme(dat ik) opdoemde
(dat jij) opdoeme(dat jij) opdoemde
(dat hij) opdoeme(dat hij) opdoemde
(dat wij) opdoemen(dat wij) opdoemden
(dat jullie) opdoemen(dat jullie) opdoemden
(dat gij) opdoemet(dat gij) opdoemdet
(dat zij) opdoemen(dat zij) opdoemden
Participes
Participe présentParticipe passé
opdoemend, opdoemende(zijn) opgedoemd

Exemples d’usage

Maar daar doemt een ander op.
Een andere Messerschmitt doemde op.

Traductions

espérantovidebliĝi