Information du mot waarnemen (néerlandais → espéranto: utiligi)

Synonymes: benutten, te baat nemen

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈʋaːrnemə(n)/
Césurewaar·ne·men

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) neem waar(ik) nam waar
(jij) neemt waar(jij) nam waar
(hij) neemt waar(hij) nam waar
(wij) nemen waar(wij) namen waar
(jullie) nemen waar(jullie) namen waar
(gij) neemt waar(gij) naamt waar
(zij) nemen waar(zij) namen waar
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) waarneme(dat ik) waarname
(dat jij) waarneme(dat jij) waarname
(dat hij) waarneme(dat hij) waarname
(dat wij) waarnemen(dat wij) waarnamen
(dat jullie) waarnemen(dat jullie) waarnamen
(dat gij) waarnemet(dat gij) waarnamet
(dat zij) waarnemen(dat zij) waarnamen
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
neem waarneemt waar
Participes
Participe présentParticipe passé
waarnemend, waarnemende(hebben) waargenomen

Exemples d’usage

Toen de aanvallen van onze vijanden ophielden en onze ogen gewend raakten aan de schemering van onze vreemde schuilplaats, nam ik de gelegenheid waar om op onderzoek uit te gaan.

Traductions

anglaisavail oneself of
danoisbenytte
espagnolutilizar
espérantoutiligi
frison occidentalbenutsje
italienimpiegare
portugaisutilizar
suédoisnyttja