Information du mot neuken (néerlandais → espéranto: seksumi)

Synonymes: naaien, vozen, wippen, het doen, slapen

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈnøkə(n)/
Césureneu·ken

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) neuk(ik) neukte
(jij) neukt(jij) neukte
(hij) neukt(hij) neukte
(wij) neuken(wij) neukten
(jullie) neuken(jullie) neukten
(gij) neukt(gij) neuktet
(zij) neuken(zij) neukten
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) neuke(dat ik) neukte
(dat jij) neuke(dat jij) neukte
(dat hij) neuke(dat hij) neukte
(dat wij) neuken(dat wij) neukten
(dat jullie) neuken(dat jullie) neukten
(dat gij) neuket(dat gij) neuktet
(dat zij) neuken(dat zij) neukten
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
neukneukt
Participes
Participe présentParticipe passé
neukend, neukende(hebben) geneukt

Exemples d’usage

Ik vrees dat je daarstraks voor de laatste keer geneukt hebt, Tony Gerace!
Misschien wil hij alleen neuken.
Heb je misschien met Ernie geneukt?
Ik ben er zeker van dat ik lekker zou kunnen neuken met dat monster!

Traductions

anglaishave sex; sleep
espérantoseksumi
françaisbaiser
papiamentohunga; kohe; koi; kue; limpia
portugaiscopular; transar
thaïร่วมรัก; ร่วมเพศ; ร่วมประเวณี