Information du mot reclameren (néerlandais → espéranto: reklamacii)

Parti du discoursverbe
Prononciation/reklaˈmerə(n)/
Césurere·cla·me·ren

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) reclameer(ik) reclameerde
(jij) reclameert(jij) reclameerde
(hij) reclameert(hij) reclameerde
(wij) reclameren(wij) reclameerden
(jullie) reclameren(jullie) reclameerden
(gij) reclameert(gij) reclameerdet
(zij) reclameren(zij) reclameerden
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) reclamere(dat ik) reclameerde
(dat jij) reclamere(dat jij) reclameerde
(dat hij) reclamere(dat hij) reclameerde
(dat wij) reclameren(dat wij) reclameerden
(dat jullie) reclameren(dat jullie) reclameerden
(dat gij) reclameret(dat gij) reclameerdet
(dat zij) reclameren(dat zij) reclameerden
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
reclameerreclameert
Participes
Participe présentParticipe passé
reclamerend, reclamerende(hebben) gereclameerd

Traductions

anglaisclaim
espagnolreclamar
espérantoreklamacii
françaisréclamer