Information du mot bemalen (néerlandais → espéranto: mueldreni)

Synonyme: uitmalen

Parti du discoursverbe
Prononciation/bəˈmalə(n)/
Césurebe·ma·len

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) bemaal(ik) bemaalde
(jij) bemaalt(jij) bemaalde
(hij) bemaalt(hij) bemaalde
(wij) bemalen(wij) bemaalden
(jullie) bemalen(jullie) bemaalden
(gij) bemaalt(gij) bemaaldet
(zij) bemalen(zij) bemaalden
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) bemale(dat ik) bemaalde
(dat jij) bemale(dat jij) bemaalde
(dat hij) bemale(dat hij) bemaalde
(dat wij) bemalen(dat wij) bemaalden
(dat jullie) bemalen(dat jullie) bemaalden
(dat gij) bemalet(dat gij) bemaaldet
(dat zij) bemalen(dat zij) bemaalden
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
bemaalbemaalt
Participes
Participe présentParticipe passé
bemalend, bemalende(hebben) bemaald

Traductions

espérantomueldreni