Information du mot toekennen (néerlandais → espéranto: aljuĝi)

Synonymes: gunnen, toewijzen

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈtukɛnə(n)/
Césuretoe·ken·nen

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) ken toe(ik) kende toe
(jij) kent toe(jij) kende toe
(hij) kent toe(hij) kende toe
(wij) kennen toe(wij) kenden toe
(jullie) kennen toe(jullie) kenden toe
(gij) kent toe(gij) kendet toe
(zij) kennen toe(zij) kenden toe
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) toekenne(dat ik) toekende
(dat jij) toekenne(dat jij) toekende
(dat hij) toekenne(dat hij) toekende
(dat wij) toekennen(dat wij) toekenden
(dat jullie) toekennen(dat jullie) toekenden
(dat gij) toekennet(dat gij) toekendet
(dat zij) toekennen(dat zij) toekenden
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
ken toekent toe
Participes
Participe présentParticipe passé
toekennend, toekennende(hebben) toegekend

Traductions

afrikaanstoeken
allemandZuschlag erteilen; zuerkennen; zusprechen; zuschreiben; verleihen
anglaisadjudge; award
espérantoaljuĝi
frison saterlandTousleek reeke; toukanne