Information du mot vastraken (néerlandais → espéranto: kaptiĝi)

Synonymes: gevangen worden, tegen de lamp lopen

Parti du discoursverbe

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) vastraak(ik) vastraakte
(jij) vastraakt(jij) vastraakte
(hij) vastraakt(hij) vastraakte
(wij) vastraken(wij) vastraakten
(jullie) vastraken(jullie) vastraakten
(gij) vastraakt(gij) vastraaktet
(zij) vastraken(zij) vastraakten
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) vastrake(dat ik) vastraakte
(dat jij) vastrake(dat jij) vastraakte
(dat hij) vastrake(dat hij) vastraakte
(dat wij) vastraken(dat wij) vastraakten
(dat jullie) vastraken(dat jullie) vastraakten
(dat gij) vastraket(dat gij) vastraaktet
(dat zij) vastraken(dat zij) vastraakten
Participes
Participe présentParticipe passé
vastrakend, vastrakende(zijn) vastgeraakt

Traductions

allemandsich verfangen; gefangen werden; in die Falle gehen; sich fangen lassen; hangen bleiben; sich festfressen; gefangen sein
espérantokaptiĝi
thaïเกี่ยว