Information du mot voegen (néerlandais → espéranto: junti)

Synonymes: ineensluiten, ineenvoegen

Parti du discoursverbe

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) voeg(ik) voegde
(jij) voegt(jij) voegde
(hij) voegt(hij) voegde
(wij) voegen(wij) voegden
(jullie) voegen(jullie) voegden
(gij) voegt(gij) voegdet
(zij) voegen(zij) voegden
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) voege(dat ik) voegde
(dat jij) voege(dat jij) voegde
(dat hij) voege(dat hij) voegde
(dat wij) voegen(dat wij) voegden
(dat jullie) voegen(dat jullie) voegden
(dat gij) voeget(dat gij) voegdet
(dat zij) voegen(dat zij) voegden
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
voegvoegt
Participes
Participe présentParticipe passé
voegend, voegende(hebben) gevoegd

Traductions

allemandverbinden; zusammenfügen
espérantojunti