Information du mot rijk (néerlandais → espéranto: riĉe)

Parti du discoursadverbe
Prononciation/rɛɪ̯k/
Césurerijk

Exemples d’usage

Een machtig heer kon natuurlijk zijn slaven wel rijk aankleden, maar deze Zaister was vast geen machtig heerschap als hij hier leefde in deze puinhoop.

Traductions

espérantoriĉe