Information du mot drijven (néerlandais → espéranto: peli)

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈdrɛɪ̯və(n)/
Césuredrij·ven

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(het) drijft(het) dreef
Subjonctif
PrésentPassé
(dat het) drijve(dat het) dreve
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
drijfdrijft
Participe passé
(heeft) gedreven

Exemples d’usage

Twee ervan spoedden zich, gedreven door wind en stroom, zeewaarts.
Hij greep het wapen met beide handen beet en dreef het met al zijn kracht in de keel van het monster.

Traductions

espérantopeli