Information du mot inzetten (néerlandais → espéranto: uzi)

Synonymes: aanwenden, benutten, gebruiken, bezigen, gebruik maken van, zich bedienen van

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈɪnzɛtə(n)/
Césurein·zet·ten

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) zet in(ik) zette in
(jij) zet in(jij) zette in
(hij) zet in(hij) zette in
(wij) zetten in(wij) zetten in
(jullie) zetten in(jullie) zetten in
(gij) zet in(gij) zettet in
(zij) zetten in(zij) zetten in
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) inzette(dat ik) inzette
(dat jij) inzette(dat jij) inzette
(dat hij) inzette(dat hij) inzette
(dat wij) inzetten(dat wij) inzetten
(dat jullie) inzetten(dat jullie) inzetten
(dat gij) inzettet(dat gij) inzettet
(dat zij) inzetten(dat zij) inzetten
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
zet inzet in
Participes
Participe présentParticipe passé
inzettend, inzettende(hebben) ingezet

Exemples d’usage

Inmiddels zijn de laatste vijf van de acht gevechtstoestellen die Nederland inzet vrijdag aangekomen in Jordanië.
Bij de aanvallen werden F‐16’s ingezet en de doelwitten waren opslagplaatsen voor wapens en munitie, meldt het Amerikaanse ministerie van defensie.

Traductions

afrikaansgebruik; gebruik maak van; aanwend
allemandanwenden; benutzen; brauchen; gebrauchen; verwenden; verwerten; sich bedienen; einsetzen
anglaisemploy; use
bas allemandgebruken; bruken; gebrüken; gebrüük maken van
catalanemprar; gastar per l’us; usar; utilitzar
danoisbenytte; bruge; tilbringe
espagnolemplear; hacer uso de; usar
espérantouzi; fari uzon de
féringiennýta
finnoiskäyttää
françaisappliquer; employer; se servir de; user de
frison occidentalbrûke; gebrûk meitsje fan
frison saterlandanweende; benutsje; bruuke; ferweende
hongroishasznál
islandaisbrúka; nota
italienimpiegare; usare
latinuti
malaisgunakan; menggunakan
norvégienbruke
papiamentousa; uza
polonaisużywać
portugaisdespender; empregar; servir‐se de; usar
roumainfolosi
russeвладеть
scotsuise
suédoisanvända; begagna; bruka
thaïใช้
turckullanmak