Information du mot zich betonen (néerlandais → espéranto: montriĝi)

Parti du discoursverbe pronominal
Césurezich be·to·nen

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) betoon mij(ik) betoonde mij
(jij) betoont je(jij) betoonde je
(hij) betoont zich(hij) betoonde zich
(wij) betonen ons(wij) betoonden ons
(jullie) betonen ons(jullie) betoonden ons
(gij) betoont u(gij) betoondet u
(zij) betonen zich(zij) betoonden zich
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) mij betone(dat ik) mij betoonde
(dat jij) je betone(dat jij) je betoonde
(dat hij) zich betone(dat hij) zich betoonde
(dat wij) ons betonen(dat wij) ons betoonden
(dat jullie) ons betonen(dat jullie) ons betoonden
(dat gij) u betonet(dat gij) u betoondet
(dat zij) zich betonen(dat zij) zich betoonden
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
betoon jebetoont je
Participes
Participe présentParticipe passé
zich betonend, zich betonende(hebben) zich betoond

Exemples d’usage

Ik merkte op dat Xangan zich een ware generaal betoonde door buiten de strijd te blijven en naar alle kanten bevelen te schreeuwen.