Information du mot opdoen (néerlandais → espéranto: akiri)

Synonymes: behalen, verwerven

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈɔbdun/
Césureop·doen

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) doe op(ik) deed op
(jij) doet op(jij) deed op
(hij) doet op(hij) deed op
(wij) doen op(wij) deden op
(jullie) doen op(jullie) deden op
(gij) doet op(gij) deedt op
(zij) doen op(zij) deden op
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) opdoe(dat ik) opdede
(dat jij) opdoe(dat jij) opdede
(dat hij) opdoe(dat hij) opdede
(dat wij) opdoen(dat wij) opdeden
(dat jullie) opdoen(dat jullie) opdeden
(dat gij) opdoet(dat gij) opdedet
(dat zij) opdoen(dat zij) opdeden
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
doe opdoet op
Participes
Participe présentParticipe passé
opdoend, opdoende(hebben) opgedaan

Exemples d’usage

Ik vraag me af waar mijn vader z’n buitengewone ontwikkeling opgedaan had.

Traductions

afrikaansverwerf
anglaisgain
espérantoakiri