Information du mot verstrijken (néerlandais → espéranto: pasi)

Synonymes: voorbijgaan, verlopen

Parti du discoursverbe
Prononciation/vərˈstrɛɪ̯kə(n)/
Césurever·strij·ken

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(het) verstrijkt(het) verstreek
Subjonctif
PrésentPassé
(dat het) verstrijke(dat het) verstreke
Participe passé
(zijn) verstreken

Exemples d’usage

Ondertussen verstrijkt de tijd.
De zomer, de herfst en de winter verstreken.
De jaren verstrijken en het leven gaat voort en alles blijft zoals het is.
Er verstreken twee minuten.
Het eerste uur verstreek en de zee wist niet van opgeven.

Traductions

allemandvergehen
anglaisgo by
espérantopasi