Information du mot bewaken (néerlandais → espéranto: gardi)

Synonymes: de wacht houden, de wacht hebben, waken, passen op

Parti du discoursverbe
Prononciation/bəˈʋakə(n)/
Césurebe·wa·ken

Exemples d’usage

De poort werd bewaakt door een tweetal grijze leeuwen, tweemaal zo groot als een gewone leeuw.
Het was de hond die de tuin bewaakte, en hij was dood.
Slechts Bofur en Bombur bleven achter om de pony’s en de proviand die zij van de rivier hadden meegenomen te bewaken.

Traductions

espérantogardi