Information du mot rand (néerlandais → espéranto: rando)

Synonymes: boord, kant, zoom

Parti du discourssubstantif
Prononciation/rɑnt/
Césurerand

Exemples d’usage

Het huis stond aan de rand van het dorp.
Na ongeveer tien minuten hadden wij de rand van het kleine bos bereikt.
Hij liet de jongen aan de kant van de kloof lopen en toen ze heel dicht bij de rand waren, gaf hij hem een duw, zodat hij in de diepte stortte.
Aan de rand van de oase hielden ze stil.

Traductions

bas allemandrand
espérantorando