Information du mot lui (néerlandais → espéranto: komforta)

Synonymes: comfortabel, gerieflijk, gemakkelijk, geriefelijk, welbehaaglijk

Parti du discoursadjectif
Prononciation/lœʏ̯/
Césurelui

Exemples d’usage

Hij liep naar het raam en ging in de luie rieten stoel zitten die daar stond.
Hij bracht de rest van de nacht door op de luie stoel.

Traductions

afrikaansbehaaglik; gerieflik
anglaisaccommodative; comfortable; easy
espérantokomforta