Information du mot vernemen (néerlandais → espéranto: ekscii)

Synonymes: te weten komen, erachter komen

Parti du discoursverbe
Prononciation/vərˈnemə(n)/
Césurever·ne·men

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) verneem(ik) vernam
(jij) verneemt(jij) vernam
(hij) verneemt(hij) vernam
(wij) vernemen(wij) vernamen
(jullie) vernemen(jullie) vernamen
(gij) verneemt(gij) vernaamt
(zij) vernemen(zij) vernamen
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) verneme(dat ik) vername
(dat jij) verneme(dat jij) vername
(dat hij) verneme(dat hij) vername
(dat wij) vernemen(dat wij) vernamen
(dat jullie) vernemen(dat jullie) vernamen
(dat gij) vernemet(dat gij) vernamet
(dat zij) vernemen(dat zij) vernamen
Participes
Participe présentParticipe passé
vernemend, vernemende(hebben) vernomen

Exemples d’usage

Doch dit was het laatste wat men ooit van hen vernomen heeft.
Dan kunt u vernemen wat er waar is en wat slechts op loze gissingen berust.
Wat we nu uit de media vernemen, is niet acceptabel
Toen heb ik de waarheid vernomen.
Veel vernam hij echter niet meer.

Traductions

anglaislearn
danoisafhøre
espérantoekscii; sciiĝi
féringienfáa at vita