Information du mot wij tweeën (néerlandais → espéranto: <ni, duala, inkluziva>)

Synonymes: jij en ik, wij allebei, wij beiden

Parti du discourspronom personal
Césurewij twee·en

Exemples d’usage

Het kan niet anders of wij tweeën hebben heel wat gemeen, denkt u ook niet?
Wie van ons tweeën zouden ze de grootste schurk vinden?
Dat is zelfmoord voor ons tweeën.
Wij tweeën hadden een afspraak.