Information du mot zij (néerlandais → espéranto: ili)

Parti du discourspronom personal
Prononciation/zɛɪ̯/, /zə/ (zwakbetoond)
Césurezij
Génitifhunner /ˈhʏnər/
Datifhun /hʏn/, ze /zə/
Accusatifhen /hɛn/, ze

Exemples d’usage

Die scheurden Paulus en Silas toen de kleren van het lijf en gaven hen zweepslagen.
Zij willen een paar vragen stellen en je dan doden.
Ook verwijt hij hun dat ze niet bereid zijn Groenland aan de VS over te dragen en niet direct betrokken wilden raken bij de oorlog met Iran.
Er wordt hun een worst voorgehouden
Als zij door hun bemanningen verlaten waren, dan kwam dat omdat zij niet meer konden varen.
Wolven zouden het paard verslinden en misschien ook hen.
Velen hunner had zij zelfs van nabij gekend.
Zij worden nog weer onderverdeeld, doch het is niet nodig dit reeds hier te behandelen.

Traductions

afrikaanshulle; hul
albanaisata; ato; këta
allemandsie
anglaisthey
anglais (vieil anglais)hie
bas allemandsee
créole jamaïcaindem
danoisde
espérantoili
féringientær
frison occidentalsy; hja
frison saterlandjo
gaélique écossaisiad
galloishwy
grecαυτοί
hongroisők
italienloro
jargon chinookɬaska
luxembourgeoissi
norvégiende
papiamentonan
russeони
scotsthay; they
souahéliwao
srananden
suédoisde
thaïพวกเขา
ukranienвони
yidicheזײ