Information du mot goedendag (néerlandais → espéranto: gudendago)

Parti du discourssubstantif
Prononciation/ɣudə(n)ˈdɑx/
Césuregoe·den·dag
Genremasculin
Plurielgoedendags

Exemples d’usage

De mannen met de piek vingen de schok van de riddercharge op en de mannen met de goedendag maakten het werk af.
Die Willem vocht in de Gulden Sporenslag van 1302, sloeg met zijn goedendag de Franse aanvoerder, Robert II van Artesië van zijn paard en doodde hem met zijn zwaard.

Traductions

anglaisgoedendag
espérantogudendago
françaisgodendac; godendaz; godendart; godenhoc; godandart
frison occidentalgoedendag
russeгодендаг