Information du mot gestolen (néerlandais → espéranto: ŝtelita)

Parti du discoursadjectif
Prononciation/ɣəˈstolə(n)/
Césurege·sto·len

Exemples d’usage

Het geld dat ze het liefst hebben, is gestolen geld.
Nou geloof ik vast dat daar die gestolen Opel stond.
Dat is een van de gestolen tonnen!
Heb je enig idee van waar ze de gestolen goederen opbergen?

Traductions

afrikaansgesteel
espérantoŝtelita