Information du mot binnenroepen (néerlandais → espéranto: envoki)

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈbɪnə(n)rupə(n)/
Césurebin·nen·roe·pen

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) roep binnen(ik) riep binnen
(jij) roept binnen(jij) riep binnen
(hij) roept binnen(hij) riep binnen
(wij) roepen binnen(wij) riepen binnen
(jullie) roepen binnen(jullie) riepen binnen
(gij) roept binnen(gij) riept binnen
(zij) roepen binnen(zij) riepen binnen
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) binnenroepe(dat ik) binnenriepe
(dat jij) binnenroepe(dat jij) binnenriepe
(dat hij) binnenroepe(dat hij) binnenriepe
(dat wij) binnenroepen(dat wij) binnenriepen
(dat jullie) binnenroepen(dat jullie) binnenriepen
(dat gij) binnenroepet(dat gij) binnenriepet
(dat zij) binnenroepen(dat zij) binnenriepen
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
roep binnenroept binnen
Participes
Participe présentParticipe passé
binnenroepend, binnenroepende(hebben) binnengeroepen

Exemples d’usage

Een voor een werden ze binnengeroepen.

Traductions

anglaiscall in
espérantoenvoki