Information du mot wagen (néerlandais → espéranto: aŭtomobilo)

Synonymes: auto, automobiel

Parti du discourssubstantif
Prononciation/ˈʋaɣə(n)/
Césurewa·gen
Genremasculin
Plurielwagens

Diminutif
SingulierPluriel
wagentjewagentjes

Exemples d’usage

Zij wilde niet uit haar wagen komen.
Het gebeurt wel vaker dat hij hier een wagen voor zijn baas komt halen.
Er stond verder niets op de wagen.
Ik heb m’n wagen ginds geparkeerd.
Als hij het niet doet, dan blijft u in de wagen wachten tot u een teken van mij krijgt.
Ik zal u er wel in mijn wagen heen brengen.

Traductions

espérantoaŭtomobilo; aŭto