Information du mot demagnetiseren (néerlandais → espéranto: malmagneti)

Parti du discoursverbe
Prononciation/demɑxnetiˈzerə(n)/
Césurede·mag·ne·ti·se·ren

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) demagnetiseer(ik) demagnetiseerde
(jij) demagnetiseert(jij) demagnetiseerde
(hij) demagnetiseert(hij) demagnetiseerde
(wij) demagnetiseren(wij) demagnetiseerden
(jullie) demagnetiseren(jullie) demagnetiseerden
(gij) demagnetiseert(gij) demagnetiseerdet
(zij) demagnetiseren(zij) demagnetiseerden
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) demagnetisere(dat ik) demagnetiseerde
(dat jij) demagnetisere(dat jij) demagnetiseerde
(dat hij) demagnetisere(dat hij) demagnetiseerde
(dat wij) demagnetiseren(dat wij) demagnetiseerden
(dat jullie) demagnetiseren(dat jullie) demagnetiseerden
(dat gij) demagnetiseret(dat gij) demagnetiseerdet
(dat zij) demagnetiseren(dat zij) demagnetiseerden
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
demagnetiseerdemagnetiseert
Participes
Participe présentParticipe passé
demagnetiserend, demagnetiserende(hebben) gedemagnetiseerd

Traductions

espérantomalmagneti