Information du mot instrument (néerlandais → espéranto: ilo)

Synonymes: middel, stuk gereedschap

Parti du discourssubstantif
Prononciation/ɪnstryˈmɛnt/
Césurein·stru·ment
Genreneutre
Plurielinstrumenten

Diminutif
SingulierPluriel
instrumentjeinstrumentjes

Exemples d’usage

Hij greep een tas met instrumenten en liep met snelle passen naar de plek waar de rode sportauto bij het begin van de weg stond.
De instrumenten waren ook niet beschadigd, op enkele verbogen onderdelen na, die ik weer recht kon zetten.

Traductions

espérantoilo