Information du mot elkander (néerlandais → espéranto: unu la alian)

Synonymes: elkaar, mekaar, malkaar, malkander

Parti du discourscatégorie grammaticale inconnue
Prononciation/ɛlˈkɑndər/
Césureel·kan·der

Exemples d’usage

Zware figuren bewogen zich over de bergtop, gebukt onder rotsblokken, die ze met groot geweld op elkander stapelden.
Warempel, vertelden ze elkander zonder blikken of blozen, we hebben ze verslagen.
We hebben elkander weleens eerder ontmoet, ja, ja!

Traductions

afrikaansmekaar
allemandeinander
anglaiseach other; one another
bas allemandmekander; mekare
créole jamaïcainwananeda
danoishinanden
espérantounu la alian
féringienhvør annan
françaisl’un l’autre
frison occidentalinoar; elkoar
frison saterlandenunner; eenunuur; sik eenuur
gaélique écossaiscàch‐a‐chèile
hongroisegymás
jargon chinookkʰanumakwst
scotsilk ither
suédoisvarandra; varann; varannan
thaïกัน
turcbirbiri