Information du mot omwaaien (néerlandais → espéranto: renversiĝi pro la vento)

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈɔmʋaːɪ̯ə(n)/
Césureom·waai·en

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) waai om(ik) waaide om, woei om
(jij) waait om(jij) waaide om, woei om
(hij) waait om(hij) waaide om, woei om
(wij) waaien om(wij) waaiden om, woeien om
(jullie) waaien om(jullie) waaiden om, woeien om
(gij) waait om(gij) waaidet om, woeit om
(zij) waaien om(zij) waaiden om, woeien om
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) omwaaie(dat ik) omwaaide, omwoeie
(dat jij) omwaaie(dat jij) omwaaide, omwoeie
(dat hij) omwaaie(dat hij) omwaaide, omwoeie
(dat wij) omwaaien(dat wij) omwaaiden, omwoeien
(dat jullie) omwaaien(dat jullie) omwaaiden, omwoeien
(dat gij) omwaaiet(dat gij) omwaaidet, omwoeiet
(dat zij) omwaaien(dat zij) omwaaiden, omwoeien
Participes
Participe présentParticipe passé
omwaaiend, omwaaiende(zijn) omgewaaid

Exemples d’usage

In Vlaanderen bleef de overlast beperkt tot omgewaaide bomen, weggewaaide dakpannen en blikseminslagen.

Traductions

espérantorenversiĝi pro la vento