Information du mot doorgeven (néerlandais → espéranto: cirkuligi)

Synonymes: in omloop brengen, laten circuleren, laten rondgaan, in roulatie brengen

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈdorɣevə(n)/
Césuredoor·ge·ven

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) geef door(ik) gaf door
(jij) geeft door(jij) gaf door
(hij) geeft door(hij) gaf door
(wij) geven door(wij) gaven door
(jullie) geven door(jullie) gaven door
(gij) geeft door(gij) gaaft door
(zij) geven door(zij) gaven door
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) doorgeve(dat ik) doorgave
(dat jij) doorgeve(dat jij) doorgave
(dat hij) doorgeve(dat hij) doorgave
(dat wij) doorgeven(dat wij) doorgaven
(dat jullie) doorgeven(dat jullie) doorgaven
(dat gij) doorgevet(dat gij) doorgavet
(dat zij) doorgeven(dat zij) doorgaven
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
geef doorgeeft door
Participes
Participe présentParticipe passé
doorgevend, doorgevende(hebben) doorgegeven

Traductions

allemandzirkulieren lassen; im Umlauf setzen; im Umlauf bringen
anglaiscirculate; move about; get about
espérantocirkuligi