Information du mot pension (néerlandais → espéranto: pensiono)

Synonyme: kosthuis

Parti du discourssubstantif
Prononciation/pɛnˈsjɔn/
Césurepen·si·on
Genreneutre
Plurielpensions

Diminutif
SingulierPluriel
pensionnetjepensionnetjes

Exemples d’usage

Rhialto nam zijn intrek in een rustig pension en kreeg daar twee luchtige kamers die op palen boven de zee waren gebouwd.
Arglistig begreep wel dat het huis met de groene deur een pension was waar veel mensen in huis waren.
En de helft van de huizen in die straat zijn pensions, niet?
Ik woonde in een pension.

Traductions

allemandFremdenheim; Pension
anglaisboarding‐house
catalanpensió
espagnolcasa de huéspedes; pensión
espérantopensiono
françaispension; pensionnat; pension de famille
frison saterlandPension
italienpensione
malaisasrama
norvégienpensjon
portugaispensão
suédoispension
tchèquedůchod; penze