Information du mot aankomen (néerlandais → espéranto: alveni)

Synonymes: arriveren, belanden

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈaŋkomə(n)/
Césureaan·ko·men

Conjugaison

Indicatif
PrésentPassé
(ik) kom aan(ik) kwam aan
(jij) komt aan(jij) kwam aan
(hij) komt aan(hij) kwam aan
(wij) komen aan(wij) kwamen aan
(jullie) komen aan(jullie) kwamen aan
(gij) komt aan(gij) kwaamt aan
(zij) komen aan(zij) kwamen aan
Subjonctif
PrésentPassé
(dat ik) aankome(dat ik) aankwame
(dat jij) aankome(dat jij) aankwame
(dat hij) aankome(dat hij) aankwame
(dat wij) aankomen(dat wij) aankwamen
(dat jullie) aankomen(dat jullie) aankwamen
(dat gij) aankomet(dat gij) aankwamet
(dat zij) aankomen(dat zij) aankwamen
Impératif
Singulier/PlurielPluriel
kom aankomt aan
Participes
Participe présentParticipe passé
aankomend, aankomende(zijn) aangekomen

Exemples d’usage

De regering van Trump had de uitspraak van het hooggerechtshof kunnen zien aankomen.
Maar zoals gewoonlijk was het nieuws hen vooruitgesneld en toen ze aankwamen, waren de meeste indianen al verdwenen.
Ik heb het al enige tijd zien aankomen.
Als ik dan aankom, ben ik te vermoeid om mijn verhaal te kunnen doen.
Bij de villa aangekomen liep Poirot regelrecht naar de schuur waar het tweede lijk was gevonden.
Hoe laat kwamen jullie daar aan?
De gevluchte Syrische president Bashshār al‐ʾAsad en zijn gezin zijn aangekomen in Rusland, melden Russische persbureaus zondag.
En daar komt de metselaar al aan om de schade te herstellen.

Traductions

afrikaansaankom
albanaisarrij; mërrij
allemandankommen; eintreffen; gelangen; zukommen; herzukommen
anglaisarrive
anglais (vieil anglais)becuman
catalanarribar
créole jamaïcainkech
danoisankomme
espagnolllegar
espérantoalveni
féringienkoma
finnoissaapua
françaisarriver
frison occidentalarrivearje; oankomme; oanlânje
frison saterlandankuume; ienträffe; geloangje; toukuume
grecαφικνούμαι; φθάνω
hongroisérkezik; megérkezni
islandaiskoma
italienarrivare
kabyleawed (ⴰⵡⴻⴷ)
latinadvenire; pervenire
malaissampi; tiba
norvégienankomme
papiamentoyega
polonaisprzyjechać; przyjść
portugaischegar
roumainajunge; sosi
russeприбывать; прибыть
souahéli‐fika
sranandoro; kon
suédoisankomma
thaïมาถึง; ถึง
turcvarmak; vasıl olmak
yidicheאָנקומען