Sinonimoj: afgestorven, overleden, ter ziele, er geweest, dodelijk
| Vortspeco | adjektivo |
|---|
| Prononco | /dot/ |
|---|
| Divido | dood |
|---|
Deklinacio
| Predikativa |
|---|
| Atributiva | Nedifina | Vira kaj ina pluralo | dode, dooie |
|---|
| Neŭtra singularo | dood |
|---|
| Pluralo | dode, dooie |
|---|
| Difina | dode, dooie |
|---|
| Partitiva | doods |
|---|
En hierna deed hij zijn ogen dicht en was dood.
Onze taal is niet dood.
Hoeveel keer moet ik je doden voordat je werkelijk dood blijft?
Bent u er zeker van dat hij dood is?
Ik kroop helemaal naar achteren en vond daar opeens een halve fles wijn onder een berg dooie bladeren en ouwe spinnewebben.