Het vertrekje lag duister en wat rommelig in het maanlicht en van de knecht was geen spoor te bekennen.
Hij had zich afgewend en liep nu in het maanlicht de weg op om zijn mooie stemming te hervinden.
Zelfs zonder het maanlicht had hij er het paard van zijn vader uit kunnen halen.
In het zwakke maanlicht dat door het gat boven hem viel, zag hij dat hij in een gang stond.