Informo pri la vorto instrument (nederlanda → esperanto: instrumento)

Sinonimo: werktuig

Vortspecosubstantivo
Prononco/ɪnstryˈmɛnt/
Dividoin·stru·ment
Genroneŭtra
Pluraloinstrumenten

Diminutivo
SingularoPluralo
instrumentjeinstrumentjes

Uzekzemploj

De instrumenten wierpen een zacht licht in de cockpit.
Ja, dat zal wel gaan, hoewel ze tegenwoordig misschien andere instrumenten hebben dan toen.
Ik heb altijd gezegd dat ik uit de aard der zaak slechts een instrument was tot verderving, niet tot genade.
Janet had mij geleerd hoe het instrument werkte.
Ik heb hier een klein instrument waarmee ik de ledige uren vul.

Tradukoj

afrikansoinstrument
anglainstrument
cehanástroj
esperantoinstrumento
germanaInstrument; Werkzeug; Gerät; Mittel
italastrumento
katalunainstrument
malajaalat
okcidenta frizonaynstrumint
papiamentoinstrument
portugalainstrumento
saterlanda frizonaInstrument; Reewe
svedainstrument
turkaalet; aygıt
hispanainstrumento