Informo pri la vorto gracieus (nederlanda → esperanto: gracia)

Sinonimoj: bevallig, sierlijk

Vortspecoadjektivo
Prononco/ɣraˈsjøs/
Dividogra·ci·eus

Uzekzemploj

Toen de toejuichingen tot bedaren waren gekomen, bedankte hij met een gracieuze beweging van zijn hand en vroeg vervolgens met een korte wenk om stilte.
De oude man maakte een diepe, gracieuze buiging.

Tradukoj

anglagraceful
cehapůvabný
esperantogracia
feroaklænur; mjáur; yndisligur
finnasiro
francagracieux; mignon
germanagraziös; hold; zierlich; anmutig
katalunagraciós
portugalaesbelto; gracioso
rusaграциозный
saterlanda frizonasierelk; graziös
hispanagracioso